

Parkenrede is traditie!
Elk jaar spreekt een Rotterdammer die zich inzet voor de groene sociale stad de parkenrede uit. Dit jaar 2025 is dat Anne Karin ten Bosch. Zij is oa beeldend kunstenaar in stadsnatuur en initiatiefnemer van Stadspark West.
Parkenrede 2025 door Anne Karin ten Bosch
Is de stad een reservaat voor mensen? Is al het beton een rotslandschap? Wordt Rotterdam de eerste nationale parkstad?
Goedemorgen.
Het is eervol om de parkenrede uit te mogen spreken en ik dank het Rotterdams Milieu Centrum voor de uitnodiging. Joost van Beek heeft me gevraagd om verhalen te delen die ik opteken in Stadspark West.
Maar dit is ook een parken-rede en ja, er is een goede ‘reden’ dat we vanochtend precies hier staan, hier gaat namelijk heel veel veranderen vanwege de komst van een nieuw station aan de overkant van het water, daar. Hier staan we in wat nu ook de Van Nelle Knoop heet en niet het Van Nelle Park. Ik haal graag dingen uit de knoop.
‘Rede’ wil ook zeggen dat ik het woord mag richten en dat ga ik een kwartiertje doen, best lang in deze snelle tijd. Ik begin daarom nu al met de oproep waarmee ik ook eindig. Een oproep aan iedereen die deze stad een bepaalde kant op stuurt en oplossingen voor knopen bedenkt in vergaderingen of vanachter een bureau of tekentafel. Ik roep jullie op:
kom mee naar buiten allemaal!
Doe mee, verblijf hier of kom sporten, stroop je mouwen op en steek je handen in de aarde, strek je uit op het gras en luister naar de vogels én naar de mensen die hier ervaringsdeskundig zijn! Laten we samen knopen ontwarren. Jullie spreken over schuiven met puzzelstukjes. Ik vertel jullie zo 3 verhalen om te laten zien dat het over wortels gaat, over geworteld zijn, over leren kennen, ont-moeten, groeien en weven.
Hoezo sta ik hier? Liever stond ik hier met alles en iedereen die ik heb leren kennen in de afgelopen drie-en-een-half jaar in Stadspark West. In november 2021 gaven wij het gebied tussen de Delftse Schie (hier) en Zestienhoven (daar) één naam; ‘Stadspark West’. Een eigen naam voor dit hele groene gebied zodat je het als geheel kan gaan zien en lange wandelingen kan gaan maken en meer ziet dan een mozaïek van functies en bestemmingen. Dat je het ziet zoals de vogels het zien; één groene long.
En hier waar we nu staan loopt al ruim tien jaar de Groene Connectie. De naam voor de prachtige ruim 8 kilometer lange groene slinger die Rotterdam West verbindt. De Groene Connectie en Stadspark West overlappen elkaar hier.
Er zijn hier bewonersparken, gemeentelijke parken, volkstuinparken, wijktuinen, nutstuinen, moestuinen, plutuinen, sportparken, een groene camping, een spoordijk, plezierhavens en oevers langs de Schieën.
Daarom ontsnappen hier al heel lang heel veel mensen aan de stadse drukte. Zonder deze natuur is het echt geen leven in deze stad. We weten het allemaal, we wijzen erop, we kennen de bewijzen, we kunnen praten als Brugman. Dus dat blijven we doen.
Ik beloofde 3 verhalen.
1. Soepel
Afgelopen week zat ik een tijd op de rand van de atletiekbaan. Het is een fijne rand om op te zitten en er komt van alles langs, net een film. Even verderop zat een vader met z’n zoon ook op de rand. Hij zat net als ik publiek te wezen. Het jongetje van een jaar of 3 speelde met een vrachtwagen die hij over de rand liet rijden, eindeloos heen en weer. De atletiekbaan zelf heeft 6 genummerde banen die je rechtsom of ook prima linksom kan volgen en je kan natuurlijk ook altijd even oversteken.
Rechtsom fietste een kleine meid op een kinderfiets licht slingerend en vrolijk met de vader op veilige afstand er achteraan, een heel serieuze hardloper draaide gedisciplineerde rondes, in profi outfit, lange sokken en met hartslag en snelheidsregistratie op de telefoon, een stoere jongen op een zwarte fatbike deed een wedstrijdje met een echt lange man op een elektrische step.
Linksom flaneerden drie studentes gezellig in gesprek elk in een eigen baan en voor hun uit, op enige afstand van elkaar, werd stevig doorgewandeld door eerst een best oude man en dan een jonge vrouw. De roots van al deze mensen lagen in vele windstreken, de snelheden van elk verschilden onderling kilometers per uur.
En nu komt het: in het halve uur dat ik er zat is er geen enkele keer geïrriteerd geroepen, afgesneden, gescholden of gebotst. Alles slalomde en bewoog soepel en lachend langs elkaar heen. Er werd vrolijk gespeeld en gesport op en om de atletiekbaan.
2. Buiten ontwerpen
Ruim een jaar geleden liep ik van februari tot en met juni vrijwel elke vrijdag met een groep studenten door Stadspark West. Studenten van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst, die straks onze huizen, steden, bedrijventerreinen en dorpen ontwerpen. Zij worden in de opleiding uitgedaagd om oplossingen aan te dragen voor de vele crises die we rijk zijn.
De zon liet zich vorig voorjaar amper zien, het regende vrijwel elke vrijdag, het land was zeiknat. Na drie weken wist iedereen weer hoe nat je kon worden van regen en werden de witte sneakers verruild voor leren schoenen of laarzen en de dunne jacks voor truien en regenjassen. Als je altijd muziek luistert als je buiten loopt is de stad een doorlopende film. Zonder die extra oortjes gingen de studenten luisterden naar de stad. Ze werden verrast door het gezang van de vogels, de geur van bloesems en de rust tussen de bomen. Ze leerden wat de natuur zelf nodig heeft om hier te kunnen leven. Ze hebben met eigen ogen gezien dat mensen hier liever zelf bedenken hoe en waar ze sporten en spelen, waar je het beste kan slapen en dat niet alles ‘geprogrammeerd’ hoeft te worden. In hun studie leren ze namelijk om het programma voor onze leefomgeving te ontwerpen.
De stad zit vol programma’s. Daarom weten wij, de stadsmensen, waar we iets mogen doen of moeten laten. Wij zijn behoorlijk geprogrammeerd. Dus op die atletiekbaan zou je moeten hardlopen en wel rechtsom. Maar het mooie van parken is dat er geleefd wordt, dat er ruis is, ademruimte en bewegingsvrijheid.
Wat de stadsnatuur zelf nodig heeft staat overigens nog lang niet altijd in zo’n
programma.
3. Hoe is dit alles hier gekomen?
Duizend jaar geleden overstroomde deze delta voortdurend. De eerste zeedijken werden opgeworpen en ringvaarten gegraven. We groeven het veen af en legden de meren droog. Zo kwamen hier polders. Daardoor konden we ons hier huisvesten. Hier staan we in de Blijdorpse polder. We staan in een eeuwenoude polder en we blijven met het water in de weer.
We staan ook in de voetsporen van generaties voorouders. Mijn eigen generatie leefde in west europa de afgelopen tachtig jaar in vrede. Onze ouders en grootouders leefden in de crisisjaren voor de tweede wereldoorlog en veel van hen waren werkloos. Zij legden hier 900 volkstuinen aan als tegenprestatie voor een uitkering. Zo waren er groenten voor het hele gezin. Zij richtteen de eerste verenigingen op, die er nu nog steeds zijn.
En we staan in de voetsporen van grootouders die voor en na de tweede wereldoorlog oorlog van heinde en verre kwamen om hun handen uit de mouwen te steken. Juist ook tijdens de wederopbouw. Zij bouwden met ons het Kleinpolderplein, de spoorwegen, de haven. Al die infrastructuur maakte onze welvaart mogelijk. Tussen al die infra restte nog het groen. Pas na meer dan veertig jaar werd hier eindelijk een eigen nieuwe Turkse moskee gebouwd, de Mevlana Moskee.
We hollen door de tijd, we storten beton en asfalt over de geschiedenis, maar hier sta je nog met beide benen in die tijd, je kan de middeleeuwen én de wederopbouw aanraken. Hier worden elke dag verhalen geschreven. We vertragen en vertellen wat we waardevol vinden, wat er op ons hart ligt. Als we hier wandelen, zitten, chillen, zwemmen, feesten, varen, tuinieren, slapen, sporten, dan delen en verdunnen we onze zorgen, groeit de liefde, klaart ons hoofd op en ontspannen we de spieren. Hier ont/moeten we bekenden en juist ook die anderen. Hier aarden we en kunnen we wortel schieten.
Dit is de beste publieke ruimte, ademruimte, leefruimte dankzij de stadsnatuur. Hier is de tijd vrij, de richting zelfgekozen. Hier staan bijna geen auto’s. Hier is niet alles opgeruimd en voorgeprogrammeerd, niet alles aangeharkt en dus ook paardebloemen tussen tegels en woekerende bramen en de duizendknoop. En ja, hier schuurt het soms, vanwege geluidsoverlast, afval, ongewenst gedrag, heel veel hekken, maar hier mag je zijn, ook als je even niet wilt of kan ‘shinen’.
Hier wordt het sociale vangnet geweven, waarin je opgevangen kan worden. Hier groeit betrokkenheid, woekert de liefde voor de natuur. Hier neemt je de trainingsspullen mee of je bbq, je spreekt af met vrienden of gaat alleen staan vissen. Je trekt je terug op je tuin of verliest samen met je team een wedstrijd.
Dat deze ruimte van grote betekenis is, dat weet toch iedereen? Of weet je het echt pas als je hier komt, hier verblijft, door de regen loopt. Als je luistert? Hoeveel tijd krijg je daarvoor als je achter de computer, op papier, met platte kaarten vol witte vlekken, gele briefjes en scherpomlijnde opdrachten, schuift met puzzels vol doelen, cijfers en eisen?
Daarom zei ik:
Kom mee naar buiten allemaal! Kom voordat je gaat schuiven en lang voor de volgende besluiten over de Van Nelleknoop genomen worden! Niet omdat je links, rechts, groen, rood of blauw bent. Trek niet die muren op, maar gooi de hekken open.
Er is een alliantie nodig tussen de politici die keuzes maken, de beleidmakers en ontwerpers die programma’s schrijven én de stadsbewoners die het gebied op hun duimpje kennen. Dan gaan we samen aan de slag voor deze wijken en de bewoners die hier nog generaties willen wonen en voor iedereen die hier neer wil strijken. Laten we samenwerken mét de stadsnatuur, niet om goede sier te maken, maar om een goede stad te blijven.
Deze Parkenrede is een uitnodiging: Kom mee naar buiten allemaal!



